zaterdag 31 maart 2012

Kleurtechniek 3: Vormen en vlakken



De vorige keer hebben we gezien dat het gevoelsmatig veel uit kan maken om in rondjes te kleuren in plaats van in strepen. Het kleuren in rondjes heeft een sterke rustgevende, zelfs meditatieve werking, waardoor we de energie van de mandala op een dieper niveau tot ons door kunnen laten dringen.
Nog even het verschil:


Afbeelding 1:



     
Hoe krijgen we nu een mooi egaal eindresultaat? Dat vergt oefening, voor de één wat meer dan voor de ander. Waar je vooral op moet letten is dat je je rondjes niet in rijtjes gaat zetten, maar op een ‘wolkige’ manier je kleur opzet:



Afbeelding 2:



     

Deze ‘wolkige’ kleurwijze zorgt ervoor dat je geen strepen en randen krijgt.
In mijn eigen mandala’s laat ik bijna nooit delen wit. Ieder stukje in de mandala heeft wel een kleur, al is het nog zo licht. Ook als eerste laag begin ik met zo’n lichte ondergrond. Dit doe je door met je potlood het papier slechts héél licht te raken, bijna niet, maar net genoeg om het potlood zijn kleur af te laten geven. Hoe zachter het potlood, hoe zachter je het papier hoeft te raken om dit effect te krijgen. Je krijgt zo een egale basis voor de rest van je tekening. Ook de structuur van het papier maakt uit. Glad papier zal eerder kleur oppakken dan ruw papier, omdat je met je potlood niet alle ‘kuiltjes’ in het papier raakt. Wil je wel alle kuiltjes in het papier raken dan kun je je potloodpunt wat meer aanspitsen.
Het is een kwestie van oefenen en gevoel krijgen voor het materiaal waar je mee werkt. Zaak is wel dat je je potlood ontspannen vasthoudt. Veel mensen nemen een hap lucht, houden hun adem vast en gaan dan kleuren. Je zult merken dat je hand dan juist meer spanning vasthoudt. Adem dus rustig door en als je daar moeite mee hebt, kleur dan eens bewust op een uitademing en voel het verschil. Ontspannen spieren, dus ook die in je arm, hand en vingers, krijg je bij een rustige ademhaling. Adem dus rustig door zonder te oordelen of willen sturen.
Wanneer je door oefening dit principe van kleuren onder de knie krijgt, kun je eens proberen meerdere lagen over elkaar te leggen. Je kunt je vlak een steeds intensere kleur geven. Met één kleurpotlood kun je vele schakeringen van dezelfde kleur in je tekening toepassen, zie afbeelding 3:




Hier zien we van links naar rechts 1 laag, 2 lagen, etc. Door hard op je kleurpotlood te drukken kun je misschien meteen bij de intensiteit van 4 lagen komen, maar daarmee wordt het resultaat niet zo mooi egaal en je drukt de structuur van je papier plat. Door in lagen te kleuren kun je in diepe aandacht in stappen werken naar je eindresultaat en het rustgevende en ontspannende effect van kleuren versterken.
Bovenstaande kleurwijze levert een zeer vlak eindresultaat op. Je tekening blijft 2-dimensionaal, plat. We willen misschien meer diepte in onze tekening. De laagjesmethode biedt ons een mogelijkheid een 3-dimensionaal effect te creëren. Zie afbeelding 4:





a: 1e laag, het hele vlak (d) wordt gekleurd.
b: 2e laag, alleen de buitenrand wordt gekleurd tot aan een denkbeeldig vlak (e) dat licht gelaten wordt. Let ook hierbij op het ‘wolkig’ kleuren. Het vlak niet aftekenen met een lijntje, alleen in je gedachten houden.
c: 3e laag, wederom vanaf de buitenrand, maar nu minder ver naar het midden (f). Idem als bij b, maar een iets ruimer vlak open laten.

Wanneer we met een tekening bezig zijn en er bijvoorbeeld even uit zijn geweest voor een kop koffie, of bijvoorbeeld een paar dagen of weken niet gekleurd hebben, is het handig te beginnen op dat deel van je vorm dat uiteindelijk het donkerste moet worden. Je hebt als je begint altijd de neiging iets harder op je potlood te drukken. Ben je even bezig dan is deze neiging weer verdwenen. Ook na zeer veel oefening is dit bij mij nog steeds zo.

De vorm wordt dus steeds donkerder naar de buitenrand toe. Dit geeft het effect van een bolle vorm. We brengen als het ware een schaduw aan, waarbij het middenstuk het meeste licht van een denkbeeldige lichtbron vangt. Met enige oefening krijg je deze overgang steeds mooier. Bij een holle vorm zijn de randen juist het lichtste en is het midden van de vorm donkerder.
Een voorbeeld van een golfmandala waarin met licht en donker gewerkt is, waardoor er diepte in de tekening komt:





De volgende keer gaan we aandacht besteden aan het toevoegen van stiften aan onze tekenmaterialen, waardoor een mandala nog veel sprekender kan worden.

Zonnige mandala-groetjes,
Angelique Moorman


Gepubliceerd in het tijdschrift ‘Mandala’ van de Nederlandse Mandalavereniging
Maart 2012


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen